In april verhuizen we van Utrecht naar de Achterhoek. Het eerste dat mensen uit ‘het westen’ vragen is: “Kom je daar vandaan dan?” Mensen uit de Achterhoek heten ons vooral welkom.
Kennelijk is het de bedoeling dat we honkvast zijn. Althans, je mag van de periferie best naar de stad verhuizen, maar vooral niet andersom. Als je naar een stad verhuist vraagt niemand of je er vandaan komt. Er is hooguit rivaliteit over welke stad dan het beste is.
Kennelijk is het alleen voor bepaalde delen van Nederland belangrijk om er ook vandaan te komen, om er te mogen wonen. Voor andere delen maakt het niet uit. Die mening komt gek genoeg nog het meest van de mensen die er helemaal niet wonen. Hoe er ‘buiten de stad’ op import wordt gereageerd, verschilt dan weer erg per regio, is mijn ervaring.
Ik kom nergens vandaan
Als mensen vragen waar ik vandaankom, noem ik altijd een rijtje op van plaatsen waar ik gewoond hebt: “Ik ben geboren in Zuid-Limburg, heb mijn middelbare schoool in Enschede gedaan, gestudeerd in Utrecht en Amsterdam en nog gewoond in Den Haag.”
Je zou kunnen stellen dat ik dus uit Zuid-Limburg kom, want daar ben ik geboren en heb ik tot mijn dertiende gewoond. Maar het probleem is dat mijn ouders er niet vandaan kwamen. Ondanks dat ik het accent moeiteloos had overgenomen, het dialect verstond en voor mijn moeder soms als tolk optrad en ik zelfs een klein woordje van de lokale Limburgse variant sprak, was ik daar de ‘Hollander’. Mijn familie, die allemaal boven de rivieren wonen, deden dan weer graag mijn Limburgse accent na. Tsja, voel je dan maar eens ergens thuis.
Buurt maken
Zo anoniem als het in de randstad is, zo persoonlijk is het in de Achterhoek.
Toen ik als kind naar Enschede verhuisde zijn we bij de ene buren wel even op bezoek geweest. De andere buurman, die eigenaar was van een bordeel verderop, daar zullen mijn ouders zich wel aan voorgesteld hebben, maar ik heb die buren nooit gesproken.
In Den Haag was het voorstellen aan buren niet bepaal gebruikelijk. Er zijn ooit buren naast ons zo vriendelijk geweest om oordopjes en een doosje Merci langs te brengen, omdat ze het appartement dat ze gekocht hadden ook zouden verbouwen. We hebben een keer koffie gedronken met bovenburen, nadat we gevraagd hadden of de muziek zachter mocht. De expats bleken de muziek helemaal niet hard te hebben staan, maar het stond in zo’n holle Ikea Kallax-kast, waardoor het gewoon lekker doordreunde naar beneden. Vriendelijke mensen, maar daarna nooit meer gesproken. Toen we verhuisden naar een ander appartement ontweek iedereen elkaar vooral zo goed mogelijk.
In Utrecht hadden de oude buren aan de ene kant net corona, waardoor we daar vooral even een kaartje in de bus hadden gedaan, met onze namen en telefoonnummers erop. Daar hebben we nog erg leuk contact mee gehad, tot ze verhuisden. Aan de andere kant zat een huis met vijf jonge mensen aan het eind van hun studie of begin van hun loopbaan. Daar maakten we dus niet erg kennis mee. De 7 of 8 jongens die er nu zijn komen wonen ken ik ook niet.
Dat is in de Achterhoek natuurlijk wel anders. Daar gaan we buurt maken. De buurt leren kennen door een buurtborrel te organiseren, zeg maar. Probleem is hooguit: het is een nogal lange straat. Geografisch is wat mij betreft dus niet direct duidelijk wie er dan allemaal tot ‘de buurt’ horen. De buren aan de ene kant zouden er in elk geval niet bij horen, volgens de huidige eigenaresse, want die zijn een beetje alternatief. Het zijn mijn buren, dus ze krijgen gewoon een uitnodiging. We zullen het vast nog wel horen.
Meer naar elkaar omkijken
Nou ben ik best gesteld op mijn privacy, maar ik kijk wel uit naar de Achterhoek met meer gemeenschapszin.
Als je dan denkt dat er daar meer geroddeld wordt, dan heb je het mis. Nu woon ik in Utrecht in een woonwijk. Hier worden weliswaar buurtbarbeques georganiseerd, maar eigenlijk zijn het vooral wat kliekjes die met elkaar omgaan en een paar anderen die braaf op komen dagen. En er wordt genoeg geroddeld over elkaar, mensen proberen elkaar zelfs af te troeven. Hier is dus ook niet bepaald sprake van privacy. Zeker niet met grote ramen direct aan de straat.
Het contact met de oude buren was juist prettig. De buurvrouw kwam af en toe een kopje koffie of een wijntje drinken en de hondjes knuffelen. Het liefst kroop ze via de kleine opening in de achtertuin even bij ons naar binnen. En toen het slechter ging kookte ik zo af en toe voor haar, zodat ze nog wat voedzaams binnen kreeg. We hielpen een beetje met wat regeldingen.
Beter een goede buur, dan een verre vriend.
Het zijn allemaal maar kleinigheden, maar die toch veel voor iemand kunnen betekenen. Het is juist jammer hoe we dat verder zijn kwijtgeraakt. Hoe we wel graag willen dat er vanalles voor ons geregeld wordt, door de overheid bijvoorbeeld, maar hoe we zelf niet meer bereid zijn om iets terug te doen.
Integreren kun je leren
Het zal allemaal vast niet vanzelf gaan. En het is natuurlijk lastig om erachter te komen wat de ongeschreven regels zijn. Ik ben beter met een geschreven regels. Als het niet door opvoeding of persoonlijkheid is, dan wel door opleiding.
Maar ik ben ervan overtuigd dat je kunt leren hoe je ergens moet integreren. Als je er maar open voor staat en er beetje je best voor wil doen.