Wat is democratie eigenlijk?

Het verschil tussen democratie en rechtsstaat

Democratie wil eigenlijk niets meer en minder zeggen dan dat het volk (demos) heerst (kratein) over het land. Het volk bepaalt dus.

Om het volk die heerschappij te kunnen geven, moet er sprake zijn van voldoende vrijheid en gelijkheid om te kunnen stemmen. Je moet je immers vrij kunnen voelen om te stemmen en om de stem uit te kunnen brengen die je wil. Bovendien moet iedereen wel gelijke kansen hebben om te stemmen, anders is het niet de heerschappij van het gehele volk, maar alleen van het deel dat in staat was om te stemmen.

Media en informatie zijn essentieel voor een democratie

Een belangrijk uitgangspunt is dus ook dat iedereen over voldoende informatie beschikt om te kunnen stemmen. Die informatie moet natuurlijk ook kloppen en moet dus geen desinformatie zijn. Daarnaast zou je eigenlijk ook willen dat mensen niet in een bepaalde informatiebubbel terechtkomen. Als je slechts eenzijdig informatie krijgt, zonder ook informatie over al het andere te krijgen, dan weet je te weinig. Je beeld is niet breed genoeg.

Je moet dus ook een gelijkwaardige informatiepositie hebben. Je kunt zelfs stellen dat eenzijdige informatie en beperking van vrijheid is.

Daarom is het ook zo problematisch wanneer algoritmes bepalen welke informatie je wel of niet te zien of te horen krijgt.

Toegang tot kennis zorgt voor vrijheid en gelijkheid

Toegang tot die media zijn dus ook belangrijk. Is er voldoende breed nieuws gratis beschikbaar? En dan hebben we het niet over slechts de oppervlakkige ANP berichten via Nu.nl en NOS, maar juist ook de verdiepende informatie en toegang tot onderwerpen waar op deze algemene nieuwssites geen ruimte voor is.

Door de btw-verhoging op media, wordt die toegang tot deze informatie verminderd. Dat is dus een aanslag op de democratie. Minder informatie of minder vrije informatie, zorgt voor minder vrijheid en gelijkheid, waardoor niet iedereen op een gelijk niveau geïnformeerd kan zijn en dus ook in die zin niet een even waardevolle stem kan uitbrengen.

Hier horen overigens fictieboeken, films en tijdschriften ook gewoon bij. Niet alleen de kranten, nieuwstijdschriften en talkshows en podcasts. Door fictieboeken leer je immers net zo goed dat er een andere manier van denken mogelijk is. Je leert juist veel beter hoe andere mensen iets kunnen ervaren, omdat ze je daarin meetrekken. Je leert er anders van denken, creatiever misschien wel, waardoor je ook non-fictie en informatie weer op een andere manier verwerkt.

Politieke kleur van media

Eigenlijk zouden alle media ook meer uit moeten of mogen komen voor hun politieke kleur. Veel (Nederlandse) media beweren neutraal en vooral feitelijk te zijn, terwijl dat goed beschouwd niet zo is. Vervolgens gaan mensen voor het vormen van hun eigen mening wel af op de informatie en uitleg van deze media. Dat is helemaal geen probleem, als mensen beter zouden weten welke politieke kleur de media aanhangen en dat er dus ook nog een andere blik op hetzelfde onderwerp mogelijk is. Of dat er bijvoorbeeld andere onderwerpkeuzes worden gemaakt, want alles bespreken kan immers niet.

In de VS spreken sommige media zich uit voor een specifieke presidentskandidaat. Of in elk geval doet de redactie van het opiniekatern dat. Maar in 2024 hebben een aantal kranten die dat traditioneel wel deden, dat dit jaar niet gedaan. Jeff Bezos, eigenaar van Amazon, maar tegenwoordig ook van de Washington Post, kreeg er de schuld van dat de Washington Post zich dit jaar niet uitsprak voor een kandidaat. Waarschijnlijk uit angst voor Trump, voor het geval hij zou winnen.

Dat die angst er is, is natuurlijk niet goed. Als dat inderdaad de reden is om geen voorkeur uit te spreken, dan is dat niet goed. Verder kan ik het persoonlijk wel waarderen dat media politieke kleur bekennen. Maar het zou ook weer geen verplichting moeten betekenen om een stemadvies uit te brengen. Niet uitdrukkelijk uitspreken voor welke kandidaat een krant is, is wat mij betreft nog geen aanslag op de democratie, zoals Kees Verhoeven dat op LinkedIn formuleerde. Tenzij die keuze om dat niet te doen dus voortkomt uit angst voor negatieve gevolgen als de ‘verkeerde’ wordt aanbevolen.

Als we dit op Nederland toepassen, met ons meer partijenstelsel, dan zou ik ook niet vinden dat een krant een specifieke partij zou moeten aanwijzen waar ze achter staan, maar dat ze zich bijvoorbeeld wel wat nadrukkelijker socialistisch, liberaal of conservatief noemen.

Recht op vrijheid van meningsuiting

Het recht op vrijheid van meningsuiting is een noodzakelijk recht binnen een democratie. Dat recht ziet namelijk zowel op het mogen vergaren van informatie als het verspreiden van meningen en informatie.

Tegenwoordig hebben we internet en zijn er aanbieders van platformen waar we gratis, in ruil voor persoonsgegevens of in ruil voor advertenties onze mening rijkelijk kwijt kunnen en ook die van anderen tot ons kunnen nemen. Onder meer YouTube voor video’s, verschillende sociale mediakanalen, maar ook platformen waar je zelf gratis een website kunt maken en hosten.

Zonder internet is het beperkt tot de papieren media, radio en tv. En natuurlijk de gesprekken in de kroeg of andere gelegenheden waarbij je met anderen samenkomt en je kunt uiteraard overal met spanddoeken staan. Bijna alle opties kosten meer geld dan iets publiceren op internet.

De vrijheid van meningsuiting betekent in elk geval dat er, ondanks dat er grenzen aan verbonden zijn, we uit moeten kijken met censuur en dus met teveel inmenging van de overheid. Aan de andere kant gaat het niet alleen om de overheid die zich te veel met de inhoud zou mengen, maar moet de overheid er dus ook voor zorgen dat er voldoende ruimte is voor het uiten van meningen. De overheid moet er dus wel voor zorgen dat dat niet alsnog alle media in handen komen van een enkel bedrijf of particuliere eigenaar of dat er in private zin de vrijheid beperkt wordt omdat algoritmes zorgen voor het wel of niet tonen van informatie.

De overheid kan er dus niet helemaal haar handen vanaf trekken, omdat het een vrijheid is. Deze vrijheid moet wel gewaarborgd worden.

Gelijke mogelijkheden om te kunnen stemmen

In de EU hebben we in principe altijd een specifieke dag waarom er gestemd kan worden. Werkgevers moeten de mogelijkheid bieden om te stemmen en er zijn voldoende stemlokalen beschikbaar.

In Nederland geldt bovendien dat je anderen kunt machtigen om voor jou te stemmen en dat er oplossingen zijn voor het geval je zelf op die dag niet in jouw gemeente kunt zijn om te stemmen.

In die zin is onze democratie in vele opzichten beter geregeld dan bijvoorbeeld in de VS.

Daar moet je eerst al geregistreerd zijn als iemand die wil stemmen. Dat moet je op tijd regelen. Stembureaus zijn vaker niet dan wel op loopafstand aanwezig, waardoor er meer geregeld moet worden om uberhaupt op de verkiezingsdag te kunnen gaan stemmen. De rijen zijn er daardoor extra lang, waardoor je soms wel uren moet wachten om te kunnen stemmen. En daar heb je niet het recht om vrij te krijgen van je werk om te gaan stemmen. Je kunt ook wel per post stemmen of je stem achterlaten in een box, maar die stemmen raken wel eens kwijt en die boxen worden wel eens in brand gestoken. Weg stem. Het voldoet dus eigenlijk niet aan de basisvoorwaarden van een democratie. Als je al niet dezelfde kansen hebt om te stemmen, is het snel klaar met een goede democratie.

Nou heb ik ook nog wel wat aan te merken op hun districtenstelsel, met name wanneer het om hun presidentiële verkiezingen gaat, maar goed.

Moeten minderheden beschermd worden?

Democratie gaat nu eenmaal om de macht van de meerderheid. Dat betekent dus ook dat er met regelmaat keuzes gemaakt worden die minderheden niet tof zullen vinden. Maar echt beschermd hoeven ze ook niet te worden, tenzij dat de democratie raakt. In elk geval vanuit het oogpunt van een democratie is dat zo.

Zo is er in een democratie geen ruimte voor discriminatie, omdat dit de vrijheden beperkt en er dus geen gelijkheid meer is als het gaat om het uitbrengen van een stem. Het betekent echter ook niet dat iedereen volledig gelijk zou moeten zijn op alle punten. Dan is er sprake van communisme.

We hebben in Nederland een rechtsstaat die voor de minderheden zorgt op andere punten dan democratie. Die twee moeten gedeeltelijk los van elkaar gezien worden. De trias politica hoort hierdoor bijvoorbeeld wel bij de rechtsstaat, maar niet per definitie bij een democratie. Maar dus weer wel bij een democratische rechtsstaat.

Een rechtsstaat zorgt voor de wetten en voor rechtszekerheid. Het zorgt er dus ook voor dat als er op democratische wijze een bepaalde meerderheid aan de macht komt, deze niet willekeurig kunnen doen waar ze zin in hebben, omdat we daar wetten en regels voor hebben, en procedures om die weer aan te passen. Juist een constitutie, zoals de Grondwet, zijn daarin belangrijk.De rechtsstaat zorgt in die zin weer voor een bepaalde controle van de macht. Extra belangrijk bij een indirecte democratie, waarbij vertegenwoordigers worden gemachtigd om beslissingen te nemen.

Voor de democratie is dus maar slechts noodzakelijk dat minderheden beschermd worden op een wijze waardoor zij voldoende mee kunnen doen aan het democratisch proces. Op andere punten hoeven zij ten behoeve van de democratie niet beschermd te worden.

Onze rechtsstaat, waar we dan weer democratisch voor kiezen, zorgt er vervolgens voor dat minderheden alsnog op andere punten voldoende worden beschermd en dat democratisch genomen beslissingen en ingestelde rechten en plichten, niet te gemakkelijk weer omgekeerd of gewijzigd kunnen worden.

Coverfoto: liveoncelivewild (CC-BY)

Lees meer